Regeling wordt geladen…
Regeling wordt geladen…
Regeling wordt geladen…
Werkt u als melkveehouder of akkerbouwer in en rond een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied? En wilt u minder intensief verbouwen of minder melkvee houden op uw bedrijf (extensiveren)? Dan kunt u in een samenwerkingsverband subsidie aanvragen. Deze subsidie is onderdeel van de regeling Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden.Uw aanvraag beheren
Bron: rvo.nl · laatst gecontroleerd 29 sep 2026
Voor wie? Deze subsidie is voor samenwerkingsverbanden. Hierin werken agrariërs samen met bijvoorbeeld andere agrariërs, agrarische collectieven en natuurorganisaties. Overheden kunnen geen onderdeel zijn van het samenwerkingsverband. In het samenwerkingsverband zit in ieder geval één agrariër. Om welke gebieden gaat het? Minimaal 50% van de percelen van het samenwerkingsverband liggen binnen een Natura 2000-overgangsgebied. Het gebied heeft een oppervlakte van minstens 200 hectare. Ook elke melkveehouderij of elk akkerbouwbedrijf ligt voor minimaal 50% binnen het Natura 2000-overgangsgebied. Natura 2000-overgangsgebieden zijn gebieden die in bijlage 2 van de regelingstekst staan. Deze gebieden liggen tot 2.500 meter rondom een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied. Waarvoor krijgt u subsidie? U krijgt elk jaar subsidie voor extensivering van uw melkveehouderij of akkerbouwbedrijf bij stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. U kunt ook subsidie krijgen voor de kosten die u maakt tijdens de uitvoering van het project. Melkveehouderijbedrijven U krijgt subsidie door het productie- en bemestingsvolume te verlagen op uw bedrijf. Ook gebruikt u geen stikstofhoudende kunstmest. U vermindert de stikstofuitstoot van uw bedrijf tot maximaal 100 of 150 kilogram stikstofdierexcretie per hectare. Dit doet u het liefst in combinatie met de verlengde weidegang volgens de eco-regeling. Akkerbouwbedrijven U krijgt subsidie door het bemestingsvolume te verlagen op uw bedrijf en minimaal 50% rustgewassen-plus op uw bouwland te telen. U vermindert de stikstofbemesting op uw bedrijf tot maximaal 100 of 150 kilogram per hectare. Voor welke kosten krijgt u subsidie? Voor verschillende kosten kunt u subsidie krijgen. Dit zijn de subsidiabele kosten. U krijgt subsidie voor kosten die u hiervoor maakt: - uitwerken van het plan - maken, begeleiden, uitvoeren en uitwerken van bedrijfsplannen - uitvoeren van communicatie - maken van rapportages - uitvoeren van beheermaatregelen, namelijk het extensiveren van uw bedrijf Voor deze regeling geldt een subsidiepercentage van 100%. Alleen de samenwerkings- en coördinatiekosten mogen samen niet meer dan 25% van de totale subsidie zijn. Dit zorgt ervoor dat u minstens 75% van de subsidiabele kosten maakt voor het uitvoeren van de regeling. Waarvoor krijgt u een vergoeding bij extensiveringsmaatregelen? U krijgt hiervoor een beheervergoeding: - Extensivering van uw melkveehouderijbedrijf naar 100 kg stikstofdierexcretie. - Extensivering van uw melkveehouderijbedrijf naar 150 kg stikstofdierexcretie. - Extensivering van uw akkerbouwbedrijf. Het bemestingsvolume is maximaal 100 kg stikstof per hectare landbouwareaal gemiddeld per bedrijf. - Extensivering van uw akkerbouwbedrijf. Het bemestingsvolume is maximaal 150 kg stikstof per hectare landbouwareaal gemiddeld per bedrijf. Vraagt uw akkerbouwbedrijf ook de eco-activiteit rustgewassen aan? Dan verminderen we de bovenstaande vergoedingen met € 105 per hectare. Hogere vergoeding akkerbouwbedrijf Gebruikt u alleen biologische gewasbeschermingsmiddelen of middelen van de Skal-inputlijst? Dan kunt u een hogere subsidie krijgen. Beheervergoedingen
Subsidiabele kosten Voor deze regeling geldt een subsidiepercentage van 100%. De subsidiabele kosten worden dus 100% vergoed. U krijgt subsidie voor de kosten die u maakt tijdens het: - coördineren van de samenwerking en het maken van (bedrijfs)plannen; - begeleiden, uitvoeren en uitwerken van (bedrijfs)plannen; - uitvoeren van communicatie; - maken van rapportages; - extensiveren. De kosten van de eerste 4 punten hierboven mogen niet meer dan 25% van de totale subsidiabele kosten zijn. Hierdoor besteedt uw samenwerkingsverband minstens 75% van de subsidiabele kosten aan het extensiveren zelf. Kosten van derden en arbeidskosten Kosten van derden zijn kosten voor bijvoorbeeld coördinatie en communicatie door externe partijen. Hiervoor levert u offertes aan. Arbeidskosten bestaan uit een vast (forfaitair) bedrag. Dit forfaitair bedrag wordt berekend op het totale bedrag van kosten van derden. Het gaat om 23% bovenop de kosten die u declareert. U hoeft hiervoor geen onderbouwing aan te leveren. Dit noemen we Vereenvoudigde kostenoptie (VKO). Hoe de berekening werkt, leggen we uit op Vereenvoudigde kostenoptie (VKO) voor GLB-subsidies. Hoe verdelen we het budget? Een onafhankelijke beoordelingscommissie beoordeelt elk project op een aantal onderdelen. Dit zijn selectiecriteria. Het budget verdelen we onder de aanvragers die hier het hoogst op scoren. De wegingsfactor geeft aan hoe vaak de punten meetellen in het totale puntenaantal.
Het maximale aantal punten dat u kunt scoren, is 35. Voor effectiviteit moet u minimaal 2,5 punten krijgen. In totaal moet u voor deze subsidie minimaal 21 punten krijgen. Meer weten over de selectiecriteria? In de regelingstekst onder Onderdeel M vindt u aan welke eisen u precies moet voldoen. De subsidie in 6 stappen
Open deze regeling vanuit je matches om te zien of je bedrijf aan de eisen voldoet.
Controleer voorwaarden en data altijd bij rvo.nl. Wij beoordelen je aanvraag niet en kunnen geen toekenning beloven.